Op het Rotterdamcollege wordt het onderwijs georganiseerd vanuit STAMGROEPEN. Dit houdt in dat voor iedere leerling het onderwijs wordt georganiseerd vanuit een vaste groep.

In het programma wordt vervolgens zo veel mogelijk gekeken naar het individuele niveau van de leerling, en wordt er ingespeeld op interesse, vaardigheden, kennis en kunde.

Zo kan het voorkomen dat een leerling start in zijn eigen groep, maar de hele dag allerlei vakken volgt bij andere leerkrachten. De dag wordt vervolgens afgesloten in zijn/haar eigen groep.

Het voordeel is dat de leerling altijd weet wie er verantwoordelijk is voor zijn/haar programma van de dag, en dat ouders altijd een vast aanspreekpunt hebben.

In de bruggroepen wordt de cognitieve ontwikkeling nog stevig gestimuleerd, gebruik makend van methodes die ook op de Mattheusschool worden gebruikt. Er is aandacht voor de praktijkvakken, maar vooral oriënterend.

In de middengroepen wordt gewerkt aan de praktijkvakken en hebben we de eerste LOL-activiteiten: Leren Op Locatie. Er is natuurlijk nog steeds aandacht voor de schoolse vakken lezen en rekenen, maar de nadruk ligt op de vaardigheden die nodig zijn om  in de praktijk toe te passen.

In de eindgroepen wordt er met de leerlingen vooral gewerkt om ze voor te bereiden op hun plek na school. Dit gebeurt door het lopen van stages, zowel intern als extern. Bij deze stages ligt de nadruk op het oefenen van vaardigheden die de leerlingen later nodig hebben om te slagen op de plek waar ze terecht komen